Elke cel heeft
een cyclus van vijf weken waarin twee vluchten geoogst
worden.
In
week 1 wordt de cel op donderdag
gevuld, in elke cel staan twee rijen stellingen van
vijf bedden boven elkaar. De
grondstoffen worden per vrachtwagen aangeleverd en
met een speciale vulmachine
in
de cel gebracht.
Onderop zit een laag compost
van
35 cm
, deze wordt gemaakt van paardenmest, kippenmest, gips en
stro. Dit composteren gebeurt bij CNC die de compost
ammoniakvrij maken en op het gewenste vochtgehalte
brengen. Als dit gebeurd is wordt de champignonschimmel
erin geënt.

De ingroeiperiode is ongeveer
twee weken en dan wordt de compost afgeleverd bij de
kweker.
Bovenop de compost komt een
laagje dekaarde van
5 cm
. Dit is om de compost te beschermen tegen uitdrogen
en als buffer voor vocht. Tevens zorgt de dekaarde
ervoor dat de schimmel(ook wel mycelium genoemd) in een
later stadium knoppen gaat vormen waar de champignons uit
groeien.
Na het vullen krijgt de cel
in zes dagen 20 tot
25 liter
water per m². Dit gebeurt met een automatische sproei
installatie, om een zo goed mogelijke verdeling van het
water te krijgen op het beste tijdstip.
Verdeeld over de dag wordt er
op donderdag 6 liter,
vrijdag
6 liter,
zaterdag
4 liter, zondag
4 liter,
maandag
2 liter en op
dinsdag 1
liter water gegeven.
Na de sproeiperiode krijgt de
schimmel twee dagen de tijd om te herstellen. Hierbij
groeit deze tot bovenop de dekaarde waarna het afkoelen
begint.(week 2)
Bij het afkoelen word de
luchttemperatuur in vier dagen afgebouwd van 21ºc naar 19ºc.
Hierbij wordt eigenlijk de herfst nagebootst in de cel.
Herfst is voor de champignons namelijk de beste periode om
te groeien (vochtig en niet te warm)
Het mycelium begint in deze
periode knopjes te vormen waar later de champignons uit
groeien(knopvorming).
Na de knopvorming wordt dmv
de luchttemperatuur en de luchtvochtigheid de hoeveelheid
knoppen bepaald. Deze fase wordt de knop uitgroei
genoemd.(week 3)
Door bijvoorbeeld sneller met
een lage luchttemperatuur en een lage luchtvochtigheid te
werken krijg je meer knoppen en daardoor kleinere
champignons(fijn),bij een hogere luchttemperatuur en
luchtvochtigheid krijg je minder stuks waardoor ze groter
kunnen worden (middel en reus).

In week 3 begint de oogst van
de eerste vlucht, er wordt meestal op zondag begonnen met
plukken t/m donderdag.
Elke dag worden de grootste
champignons geoogst zodat de kleinere weer ruimte krijgen
om te groeien. Per dag wordt er drie a vier keer geplukt
per cel. Dit alles om zo een
kwalitatief hoogwaardig product te kunnen leveren. De
plukkers sorteren de champignons tijdens het plukken op
kwaliteit en sortering en leggen ze meteen in de door de
klant bestelde verpakking. Deze worden ook meteen op het
gewenste gewicht afgewogen zodat het product kant
en klaar
uit de cellen komt. Een eerste vlucht levert ongeveer
tussen de 15 en
20 kg/m² op.
De
plukkers staan tijdens het oogsten op
elektrische
pluklorrys. Die kunnen op elke gewenste hoogte ingesteld
voor een goede werkhouding.
Na de eerste vlucht wordt er
weer water gesproeid op de bedden om voldoende vocht in
het bed te brengen voor de tweede vlucht.
In week 4 word er op
zondag begonnen in de tweede vlucht
en deze duurt tot vrijdag. Een tweede vlucht levert tussen de
8 en 12
kg/m² en daarmee is het bed dan
"kaalgeplukt".
In de 5e
week wordt de cel de cel gestoomd. Dit stomen
word gedaan om alle in de cel aanwezige schimmels te doden
zodat er in de volgende cyclus geen ziektes uit de oude
cel blijven zitten. Met het stomen word de cel acht uur op
70 graden gehouden. Na het doodstomen word de cel
leeggemaakt.
Het restproduct is champost,
een zeer schone compost van een goede kwaliteit die veel
wordt gebruikt in de glastuinbouw en bloembollenteelt.
Na het leegmaken wordt de cel
schoongespoten met water en is deze weer klaar om op
donderdag gevuld te worden.